Waarom is zwembad Dukdalf het ideale zwembad om uw kind(eren) te leren zwemmen:
 
 Dukdalf werkt met volledig gediplomeerde zweminstructeurs
Het is belangrijk dat uw kind goed les krijgt en dat kan alleen als de zweminstructeurs hiervoor ook volledig zijn opgeleid. Regelmatig volgt iedere zweminstructeur bijscholing op het gebied van zwemonderwijs.
Alle zweminstructeurs zijn bovendien gediplomeerde lifeguards
.
 
 In Dukdalf is er op uw kind afgestemde individuele aandacht
De kinderen doorlopen individueel 4 niveau’s in relatief kleine groepjes. Dus niet van begin tot eind in hetzelfde groepje, maar doorgaan naar het volgende niveau als het kind daar aan toe is. Op die manier zit uw kind altijd bij kinderen van een gelijk niveau en hoeft de instructeur zich niet te richten op differentiëren. Circa 5x per jaar wordt u in de gelegenheid gesteld om met uw kind mee te zwemmen.  
 
• In Dukdalf staan plezier en veiligheid voorop
De zweminstructeurs leren de kinderen vooral om plezier te beleven in het water, om later in de vrije tijd met plezier in en om het water te bewegen. Kinderen met het C-diploma op zak, zijn een echte vriend of vriendin van het water geworden!
 
• Zwemmen in de Dukdalf staat voor een leerweg zonder drijfmiddelen
Veel zwembaden gebruiken tijdens het leren zwemmen materiaal. Dit gebeurt vanuit verschillende visies en overwegingen. Op welke manier het materiaal ook wordt ingezet, het is van groot belang om je steeds af te vragen of het zinvol is en een bijdrage kan leveren aan het uiteindelijke leerdoel of leerresultaat.
In het begin van de opleiding wanneer veel tijd wordt besteed aan watergewenning is het gebruik van een kurk of
een ander hulpmiddel daarna helemaal niet nodig. Als het kind goed zelfstandig kan drijven, is het veelal in staat een enkelvoudige rugslag aan te leren zonder hulpmiddelen. Dit heeft grote voordelen. Kurken, flexibeams of zwembandjes beïnvloeden de (horizontale) ligging meestal negatief. De kans op het aanleren van een verkeerde zwemslag wordt daardoor groter. Daarnaast levert het standaard gebruiken van een kurk of zwembandjes voor iedereen vaak een terugval in de opleiding op. Kinderen raken gewend aan de hulp en moeten daarna weer heel erg wennen aan zwemmen zonder hulp. Daarom kijkt men in de Dukdalf wat de kinderen kunnen en is het uitgangspunt de kinderen te leren zwemmen zonder drijfmiddelen. Indien het een kind verder helpt in de opleiding is sporadische inzet van een flexibeam of plankje mogelijk om een beweging makkelijker te maken. Maar daarna wordt het geleerde ook direct geoefend zonder materiaal.
 
 In Dukdalf gaat men voor veilig, maar bovenal goed onderricht
Het Zwem-ABC is opgebouwd rond 8 basiselementen (te water, onder water, draaien, drijven, watertrappen, survival, ademhalen en voortbewegen).
Voor ieder basiselement is een eindterm geformuleerd voor zowel het A-, B, als C-diploma. De examenprogramma’s zijn samengesteld uit de verschillende eindtermen.
De eindtermen dienen als normering voor het examen. Deze normering die afkomstig is uit de BREZ (bepalingen, richtlijnen en examenprogramma’s zwemdiploma’s) geeft richting aan het niveau waaraan de opgeleide leerlingen in ieder geval moeten voldoen. De normering geeft een minimum aan, de uitvoering van examenonderdelen mag wel op een hoger niveau worden uitgevoerd, lager mag niet.
In zwembad Dukdalf werken we niet eindtermgericht, maar zien we het Zwem-ABC als een totaalpakket.Dit vergemakkelijkt de weg naar het B- en C- diploma. Door verder te kijken naar de volgende doelstellingen en die indien mogelijk al gedeeltelijk te verwerken in het huidige leertraject, zorgt voor een soepelere leerweg en overgang tussen de verschillende diploma’s. Vanuit het kind gezien en het motorisch leren is dit zeer verstandig.
In zwembad Dukdalf ligt de lat dus hoog, maar dat geeft u als ouder de garantie dat uw kind goed en veilig leert zwemmen. En dat is toch waar het om gaat?
 
• In Dukdalf krijgt uw kind les in kleine groepen en voor het grootste gedeelte tijdens lessen van een uur.
Uw kind start in groepjes van maximaal 8 leerlingen. De eerste twee niveau’s van het A-diploma vinden de lessen plaats gedurende 2x een half uur per week. Vanaf het derde niveau, het zgn. kikkerniveau krijgen de leerlingen les gedurende een uur.
Hiervoor is gekozen omdat de kinderen tegenwoordig steeds eerder starten met zwemles. Waar vroeger de startleeftijd op 5 of 6 jaar lag, komen nu veel kinderen al met 4 jaar op zwemles. Voor de meeste kinderen van net 4 jaar, is een uur achter elkaar zwemmen een hele opgave. School vergt al veel van hun energie en daarom is het ons inziens beter om te starten met 2x een half uur les per week. De reden dat kinderen pas vanaf 4 jaar op zwemles kunnen, is gelegen in het feit dat voor kinderen onder de 4 jaar de beweging van de schoolslag te gecompliceerd is voor hun motorische mogelijkheden van dat moment.  Zodra de kinderen de zwemslagen al aardig beheersen, wordt er vanaf het derde niveau een uur achter elkaar gezwommen. Het derde niveau is het diepe bad.
Voor de kinderen is dit uur dan effectiever dan 2x een half uur. Zij zijn nu aan het zwemmen gewend en hierop ook voorbereid. Voor u als ouder is het prettig, aangezien iedereen tegenwoordig tijd tekort heeft, om nog maar 1x per week naar het zwembad te gaan.
Uiteraard zien we u graag vaker, als u wel de tijd heeft, om te komen oefenen met uw kind. Extra oefening verkort de leerweg van uw kind te allen tijde.
 
• Kinderen met een Dukdalf zwemdiploma op zak, zijn kinderen die kwalitatief goed kunnen zwemmen!
 
Om de kinderen echt zwemveilig te kunnen maken is het van belang dat de kinderen zoveel mogelijk alle drie de diploma’s halen.
Diploma A is de eerste stap op weg naar zwemveiligheid.
Diploma B is een volgende tussenstap.
Diploma C is de echte garantie dat je je goed kunt redden in moderne zwembaden en bij activiteiten in, op en aan het water.
De verwachtingen van de ouders over de zwemles van hun kinderen zijn niet altijd gebaseerd op de werkelijke gang van zaken. Dit heeft o.a. te maken met hun ervaringen.
Zie hieronder het grote verschil tussen toen en nu:
 
 
 
TOEN:
• A-diploma haalbaar met droge haren, pas bij B onder water zwemmen noodzakelijk
• Leren zwemmen is een zwemslag leren
• Het A-diploma bestaat uit te water gaan, enkelvoudige rugslag en schoolslag
• Leren zwemmen is niet altijd leuk
• Water is koud
• Lesgever gebruikt kurken, plankjes en een hengel
• Lesgever richt zich op de techniek
• Lesgever staat op de kant
 
NU:
• A-diploma met onder water gaan, voortbewegen, kijken enz.
• Leren zwemmen is jezelf kunnen redden in het water
• Er is veel inhoud aan het A-diploma toegevoegd
• Leren zwemmen zou leuk moeten zijn
• Water heeft een lekkere temperatuur
• Lesgever gebruikt (ook) andere materialen en laat kinderen spelen
• Andere manier van lesgeven, meer vanuit het kind
• Lesgever is zeker in het begin, in het water